MPS
Myosfaciaal pijnsyndroom is een verzamelnaam voor klachten aan ons bewegingsstelsel en wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van zogenaamde Myofasciale triggerpoints (MTrP's) in spieren. Bestaan de klachten langer, dan zijn er vaak meer spieren bij betrokken. Bij langer bestaande klachten breiden de klachten zich vaak uit naar andere spieren en langs de wervelkolom.
Myofasciale triggerpoints (MTrP's)
MTrP's zijn essentieel binnen het kader van MPS. Een MTrP wordt gedefinieerd als een 'hyperprikkelbare plaats, gelegen in een strakke band van dwarsgestreepte spiervezels'. Anders gezegd is het een pijnlijke plek in een spier, die naast een lokale drukpijn, ook vaak (door u herkenbare) pijn op afstand kan veroorzaken. Dat is de reden dat u de pijn vaak op een andere plaats voelt dan waar wij de oorzaak van deze pijn vaststellen. Men onderscheidt actieve en latente MTrP's:
- Een actieve MTrP (ATP) veroorzaakt spontane pijn of pijn als gevolg van beweging
- Een latente MTrP (LTP) is een gevoelige plek met pijn of gevoeligheid als gevolg van druk
Een MTrP kan een bewegingsbeperking, stijfheid, krachtverlies, pijnklachten en pijnontwijkend gedrag veroorzaken. MTrP's liggen altijd in de spieren. Ook kan er sprake zijn van reacties zoals zweten, duizeligheid, licht in het hoofd, wazig zien, rillerig zijn of koude handen.
Hoe kan MPS ontstaan?
- acuut; door een verkeerde beweging of een ongeluk;
- chronisch; door langdurig een verkeerde houding of overbelasting;
- langdurige overbelasting van bijv. arm, nek en/of schouder (CANS, voorheen RSI);
- overbelasting bij sporters;
- beschadiging van weefsel zoals bij een meniscus of hernia;
- langdurige afwezigheid van beweging, bijv. door gipsverband;
- psychologische factoren zoals stress, depressie, onrust en vermoeidheid;
- voetafwijkingen of verschillen in beenlengte (bijv. ontstaan na een botbreuk);
- chronische infecties en allergieën;
- slaaptekort;
- strakke kleding of riem, dragen van een rugzak
Kenmerken van MPS
Tot op heden ontbreken nog definitieve verklaringsmodellen voor het MPS.
Voor het stellen van de diagnose MPS is er minimaal sprake van:
- regionale gevoeligheid en referred pain (pijn op afstand);
- palpabele strakke spierband met triggerpoints;
- toename van lokale en 'referred' pijn bij druk op triggerpoint;
- vaak beperkte beweeglijkheid door relatieve spierverkorting;
- krachtsvermindering, overigens zonder opvallende atrofie
Weinig herkend en vaak onbehandeld
Ondanks het feit dat MPS veel voorkomt, wordt het nog weinig herkend en blijft het dus vaak onbehandeld. Een reden waarom veel diagnoses, zoals a-specifieke lage rugpijn, ischias, nek- en hoofdpijn, schouderklachten, CANS (voorheen RSI genaamd), carpaal tunnelsyndroom, hielspoor (of beter fasciitis plantaris), post-whiplashsyndroom, en tenniselleboog voortdurend problemen kunnen blijven geven.
Onderzoek van MPS
Dagelijks worden (para) medici geconfronteerd met patiënten die klagen over spierpijnen, soms met een uitstralend karakter. De patiënt is doorgaans niet goed in staat de pijn zuiver te lokaliseren en het karakter ervan is vaak diep, dof en zeurend.
De pijnpatronen geven een goede indicatie van de spieren die mogelijk betrokken zijn bij MPS.
De fysiotherapeuten van Topfysio zijn getraind in het analyseren van uw klachten. De Topfysio zal allereerst door een gesprek en onderzoek uw klachten analyseren. Daarna worden de spieren onderzocht die deze pijn zouden kunnen veroorzaken. Specifiek wordt in de spieren gezocht naar spierverhardingen, die vaak drukpijnlijk zijn en aanvoelen als een plaatselijke verdikking.